Nieuwsbrief

Vul het formulier in om je in te schrijven op onze nieuwsbrief en je bent steeds op de hoogte van het laatste nieuws.

Je email addres wordt in alle vertrouwelijkheid behandeld.

De oplossing ligt in structurele hervormingen

De Duitse Minister van Financiën Wolfgang Schäuble stelde in de Financial Times van dinsdag 6 september dat fiscale consolidatie en een verbeterde competitiviteit de enige langetermijnoplossingen betekenen voor de huidige eurocrisis. Hoe graag vele burgers, bedrijfsleiders en politici een snelle mirakel oplossing willen, de enige mogelijke weg is inderdaad de weg van, soms pijnlijke, structurele hervormingen.

We kunnen de huidige, brandende crisis niet los zien van de grote sociaal economische uitdagingen van de 21ste eeuw. Zonder een duidelijk beleidsantwoord op deze uitdagingen, zullen we het huidige gebrek aan vertrouwen, want daar draait veel van deze crisis rond, nooit duurzaam kunnen oplossen.

Voor mij dient elk sociaal economisch beleid een antwoord te formuleren op 5 uitdagingen.

De verzilvering. Het is positief dat we langer én gezonder leven. Dit heeft uiteraard gevolgen: daar waar er in de EU27 momenteel gemiddeld 4 personen op arbeidsactieve leeftijd zijn (tussen 15 en 65 jaar oud) voor 1 persoon ouder dan 65, valt deze verhouding in 2050 terug op 2 voor 1 (Eurostat). Iedereen kan hieruit opmaken dat het met zulke verhoudingen uiteraard moeilijker wordt om de pensioenen en gezondheidszorgen te blijven betalen.

Globalisering. China bezoekt Europese noodlijdende economieën en biedt financiële hulp aan. Daar waar vroeger de Belgische schuld voornamelijk in handen was van Belgische burgers, is deze nu hoofdzakelijk in buitenlandse handen. Dit alles heeft uiteraard zijn impact op de relatie tussen staten. We kunnen eenzelfde oefening maken op andere domeinen: de Indische en Pakistaanse bieders op Santens, het Chinese Geely die de Gentse Volvo fabriek bezit, enz. Onze economieën raken steeds meer geïntegreerd en willen we als Europese Unie onze huidige comfortabele positie bewaren, moeten we competitiever worden.

De nood aan duurzame energiebronnen. De Europese Unie voert meer dan 50% van zijn energiebehoeften in. Voor België loopt dit cijfer op tot 75% (cijfers Eurostat, 2008). Deze behoeften maken ons afhankelijk van Rusland en het Midden-Oosten, met enerzijds geopolitieke spanningen en anderzijds stijgende energieprijzen tot gevolg.

Te lage tewerkstellingsgraad. Europa, en België in het bijzonder, slaagt er onvoldoende in om migranten, jongeren en ouderen een constructieve bijdrage te laten leveren aan onze welvaart. Hierdoor blijven deze bevolkingsgroepen te veel afhankelijk van overheidssteun. Verloren generaties dreigen voor jaren een rem te zetten op onze welvaartsgroei.

Het omgaan met de beperkte slagkracht van overheden. Vanuit niet-westerse landen kijkt men met verwondering naar het gebrek aan slagkracht van de Europese en Amerikaanse democratiëen. Europese leiders die er niet in slagen met één stem te spreken, het Amerikaanse congres dat de schuldengrens niet wilde verhogen, België die reeds meer dan een jaar geen federale regering met volheid van bevoegdheden heeft. Het zijn allemaal voorbeelden die er op wijzen dat onze manier van regeren op limieten botst.

Een hoge overheidsschuld en een zwakke economische groei gecombineerd met de eerder beschreven grote sociaal economische uitdagingen, hebben een vertrouwenscrisis doen ontstaan. Zoals banken er op een bepaald moment niet meer op vertrouwden dat hun leningen die ze gaven aan andere banken zouden terugbetaald worden, hebben de financiële markten er nu geen vertrouwen meer in dat bepaalde Europese landen ooit nog hun schulden kunnen terugbetalen.

Daarom draait deze crisis vooral rond vertrouwen. Wanneer de regionale, nationale en Europese overheden er in slagen om een coherent beleid te ontwikkelen dat voldoende vertrouwen krijgt, is de weg naar herstel gevonden.

Delen met vrienden:
  • Print
  • del.icio.us
  • Facebook
  • Twitter

Voor de welvaart van morgen

Enkele cijfers: Brussel telt sinds kort honderdduizend werkzoekenden. 20,7 procent van de beroepsbevolking heeft geen inkomen uit arbeid. Dit cijfer is vergelijkbaar met dat van Polen bij de toetreding tot de Europese Unie. Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest telt wél 600.000 arbeidsplaatsen en 70.000 universiteitsstudenten.

Deze cijfers zijn sinds lang gekend bij onze beleidsmakers maar de ‘sense of urgency’ ontbreekt. 60% van de werkzoekenden is langdurig werkloos en 35% van de jongeren heeft geen werk. Niet ingrijpen is een misdaad tegen de jonge generatie. Een krachtdadig economisch herstelbeleid mag zich daarom niet verliezen in politieke compromissen of uitvluchten. Het is tijd voor actie. Oui, Bruxelles peut le faire, ook zonder extra federale middelen!

Brussel moet gebruik maken van drie belangrijke troeven: zijn jonge bevolking, zijn universitair potentieel en zijn internationale uitstraling.

Brussel heeft, in tegenstelling tot de andere “zilverkleurende” gewesten, de jongste bevolking van het land die voor de welvaart van morgen kan zorgen. Een vierde van de jongeren die zich inschrijven bij het bureau voor opleiding en werk, Actiris, beschikt echter niet over een diploma secundair onderwijs. Dit ondanks de grote investeringen in onderwijs, begeleiding en straathoekwerk. Uit het werkveld komt tevens veel te vaak de noodkreet dat de ouderbetrokkenheid te wensen overlaat. De huidige situatie toont daarom aan dat een aanpak niet succesvol kan zijn wanneer de ouders het overheidsbeleid niet ondersteunen. Ik roep de moeders en vaders van de Brusselse jeugd daarom op om,  samen met de beleidsmakers, de handen in elkaar te slaan om een onderwijs- en werkgelegenheidsbeleid uit te werken dat gedragen wordt door de vele gemeenschappen die Brussel rijk is. Een beleid dat hun kinderen de kansen op welvaart geeft die ze verdienen.

Naast blijven begeleiden en (taal)opleidingen aanbieden om het profiel van de werkzoekenden aan te passen aan de Brusselse realiteit, moet er ook gewerkt worden aan het aanbod. Als we mijn generatie aan de slag willen krijgen, moeten we ook nieuwe jobs creëren. Investeren in randvoorwaarden die de Brusselse handel en horeca versterken is absoluut noodzakelijk. Brussel moet echter ook gebruik maken van zijn groot aantal universiteitsstudenten door in te zetten op de uitbouw van kenniscentra en de commercialisering van het wetenschappelijk onderzoek. Nu vertrekken te veel kenniswerkers naar de andere gewesten en het buitenland en gaat veel groeipotentieel verloren. Groeipotentieel dat de vele kortgeschoolde Brusselse jongeren ook ten goede kan komen door jobcreatie.

Geen Brusselse Huizen, met de bijhorende internationale uitstraling, in New York voor ons gewest. Brussel heeft niet de financiële capaciteit om een effectief beleid rond buitenlandse promotie te voeren. Het zou goed zijn om hierover een goed gesprek te voeren met onze minister van Buitenlandse zaken zodat Brussel blijvend gepromoot wordt als dé internationale hoofdstad van Europa. Alleen door een actief beleid zullen internationale ondernemingen, met bijhorende werkgelegenheid, hun weg blijven vinden naar ons gewest.

Naast de troeven van Brussel uitspelen, is er ook nood aan een ander soort bestuur. Een bedrijf dat vandaag naar België kijkt ziet echter vaak een kluwen van regelgeving en beleidsniveaus. Dit straalt onvermijdelijk af op de hoofdstad van het land. Daarom is het essentieel dat de Brusselse overheid transparantie uitstraalt (juridische zekerheid – eenvoudige fiscaliteit) en op een moderne manier omgaat met zijn bedrijfsleiders. Het kan bijvoorbeeld in een rechtstaat niet dat bedrijven (maar ook burgers) eindeloos moeten wachten op een beslissing over een bouw- of milieuvergunning.

Een economisch herstelplan, ten slotte, kost geld. Om dat geld te vinden, zijn er twee voorstellen die de burger geen pijn doen:

-          Brussel telt 89 parlementsleden (1,1 miljoen inwoners), Vlaanderen telt er 124 (6 miljoen inwoners). Het Gewest telt meer dan 500 gemeenteraadsleden en meer dan 160 schepenen. Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest kan het, door een herschikking van de bevoegdheden tussen gemeenten en gewest, gerust met minder stellen.

-          21% van de Brusselaars heeft zijn gewestbelasting (89 euro) voor 2008 nog niet betaald. Dit cijfer is de laatste jaren gestegen (in 2000 was dit slechts 6,5%). Het correct innen van belasting en het opvoeren van de strijd tegen zwartwerk en sociale fraude (geraamd op 20 miljard euro misgelopen inkomsten in België) versterkt het vertrouwen in de overheid én brengt het broodnodige geld om te investeren in onze stad en zijn mensen.

De Brusselse politici hebben bij de start van deze nieuwe legislatuur een verpletterende verantwoordelijkheid. Mijn generatie kijkt uit naar hun concrete realisaties.

Delen met vrienden:
  • Print
  • del.icio.us
  • Facebook
  • Twitter